Henri Van Eeckhoudt & Hendrik Van Eeckhoudt, Geassocieerde notarissen te Sint-Martens-Lennik

 

Henri Van Eeckhoudt & Hendrik Van Eeckhoudt

Geassocieerde notarissen te Sint-Martens-Lennik

Invloed op belastingen

Hoe meer je schenkt, hoe kleiner je vermogen wordt. Dat heeft meteen als voordeel dat je kinderen minder erfbelasting betalen wanneer je er niet meer bent. Door te schenken, verschuif je als het ware fiscaalvriendelijk je vermogen.

 

 

Als je weet dat de belastingtarieven hoger worden naarmate de waarde van de geschonken of de vererfde goederen stijgt, dan zou je de fiscus te slim af kunnen zijn door telkens kleine opeenvolgende schenkingen te doen. De nalatenschap zou dan verkleinen en bovendien zouden de “kleinere” schenkingen telkens in de laagste schijf terechtkomen. Of toch niet?

Je vermoedt het al: het zou te mooi zijn om onbeperkt te kunnen schenken. De fiscus heeft dat gedrag willen tegengaan door een specifieke fiscale regel in het leven te roepen, die in het vakjargon het “progressievoorbehoud” wordt genoemd. Progressievoorbehoud komt in twee gevallen voor: ofwel bij opéénvolgende onroerende schenkingen binnen de drie jaar (progressievoorbehoud bij schenkingen) ofwel bij een overlijden binnen de drie jaar na een onroerende schenking (progressievoorbehoud bij overlijden). In die twee situaties gaat de fiscus er van uit dat je schenkt zodat je erfgenamen finaal minder erfbelasting moeten betalen. Daarom zal de fiscus bij opeenvolgende onroerende schenkingen binnen de drie jaar de waarde van de geschonken onroerende goederen samentellen. Resultaat? Een hogere fiscale grondslag, met als gevolg de toepassing van een hogere belastingschijf en dus… een hogere schenkbelasting.

 

1. Opéénvolgende onroerende schenkingen binnen de drie jaar

Doe je verschillende onroerende schenkingen aan dezelfde persoon (bv. door een onroerend goed in schijven te schenken)? Dan let je best op de termijn waarbinnen je deze schenkingen doet. De fiscus zal bij opéénvolgende onroerende schenkingen binnen de drie jaar de waarde van de geschonken onroerende goederen samentellen. Resultaat? Een hogere fiscale grondslag, met als gevolg de toepassing van een hogere belastingschijf en dus… een hogere schenkbelasting.

 
 

2. Een overlijden binnen de drie jaar na een onroerende schenking

Hetzelfde principe zal gelden indien de schenker binnen de drie jaar na een onroerende schenking overlijdt en er in zijn vermogen nog een onroerend goed aanwezig is. De waarde van het geschonken onroerend goed zal dan fictief bij de nalatenschap geteld worden. Opnieuw wordt de belastbare grondslag dus fictief verhoogd waardoor de verschuldigde erfbelasting finaal zal stijgen omdat je daardoor in een hogere belastingschijf terechtkomt.

Opgelet: progressievoorbehoud (oftewel de verhoging van je belastbare grondslag) speelt dus niet altijd. Ten eerste is progressievoorbehoud iets waar je alleen rekening mee moet houden bij onroerende schenkingen. Bij roerende schenkingen speelt die regel niet. Ten tweede wordt de schenking van sommige onroerende goederen buiten die regel gehouden. Dat is zo voor de schenking van bouwgrond en de schenking van een familiebedrijf. Zoals hierboven omschreven, kan progressievoorbehoud ook maar parten spelen indien er meerdere onroerende goederen in het vermogen zijn. De waarde van het geschonken onroerend goed kan immers maar fictief gevoegd worden bij de waarde van een ander onroerend goed, en niet bij de waarde van de roerende goederen.